20-11-11

Het schandaal

Het is een moment uit het leven van Mata Hari dat we, in verschillende versies, bij alle biografen tegenkomen. Het decor is een rustige namiddag op de kweekschool voor kleuterleidsters in Leiden. De meeste studentes, klaar met de lessen, zijn bezig met hun huiswerk of andere opdrachten, onder toezicht van de leraressen en enkele vrijwilligsters van de school.

Het is stil in de 'zalen' - zoals ze worden genoemd - als een van de leraressen opstaat om nog iets te vragen aan Wijbrandus Haanstra, de directeur, die bij het middagoverleg van de staf verstek heeft laten gaan. Op weg naar de kamer van de directeur komt ze een paar meisjes tegen, druk in gesprek, die zich naar het internaat haasten om zich op te frissen voor het gezamenlijke avondmaal. De voetstappen van de lerares worden gedempt door de loper in het midden van de gang als ze naar de directiekamer loopt en zachtjes aanklopt. De deur van directeur Haanstra staat meestal open, maar misschien heeft hij bezoek.

Als er op haar kloppen niet wordt gereageerd, opent de lerares de deur en werpt een blik naar binnen. Stokstijf blijft ze staan. Achter zijn bureau zit Wijbrandus Haanstra, in hemdsmouwen en met zijn boord half los. Op zijn knie, met één hand steunend op het bureau, zit de jeugdige Griet Zelle, die hem iets in het oor fluistert. Het lijfje van haar jurk is losgeknoopt en een van haar borsten lijkt half ontbloot. Haanstra laat zijn hoofd in Griets hals rusten, en de verbijsterde lerares ziet dat Griet haar vrije hand onder het bureau heeft. Zonder een woord te zeggen gooit de lerares de deur weer dicht en trekt zich in een leeg lokaal terug om te verwerken wat ze zojuist heeft gezien. Nog diezelfde avond overlegt ze met het bestuur van de school. De volgende morgen wordt Haanstra met haar beschuldiging geconfronteerd. Het wordt een moeilijk gesprek, waarvan de uitkomst bekend is. Haanstra's misstap zal voor één keer door de vingers worden gezien, en Griet Zelle wordt van school gestuurd. Daarmee is de kous af.

De vraag blijft: is het werkelijk zo gegaan? Het antwoord is nee. En waarom niet? De meeste biografen spreken er hun verbazing over uit dat Haanstra, een gehuwd man met kinderen, zomaar in zijn positie wordt gehandhaafd, terwijl Griet, die in de onbezonnenheid van haar jeugd toch minder te verwijten valt, alle schuld krijgt en met schande overladen van de school wordt verwijderd. De verklaring voor die merkwaardige afloop is simpel. Het hele incident heeft nooit plaatsgevonden. Haanstra heeft zich niet aan Griet vergrepen. En evenmin heeft Griet zich aan haar schoolhoofd opgedrongen. Laten we teruggaan naar het begin.


Wie was Wijbrandus Haanstra? Hij werd geboren op 2 december 1841 in Oosterwierum, een dorpje aan de zuidwestkant van Leeuwarden, waar zijn vader hoofdonderwijzer en organist van de dorpskerk was. Het gezin was groot en had het niet breed, maar Wijbrandus genoot van het leven op het platteland, dat hem een liefde voor de natuur bijbracht die heel belangrijk was voor de visie op het onderwijs die hij in zijn latere leven ontwikkelde. Aan de avondschool haalde hij zijn onderwijzersdiploma. Daarna werkte hij onder meer in IJlst, Strijen en Haarlem.

Veel gegevens over zijn persoonlijke leven zijn niet bekend, maar wel dat hij een groot bewonderaar was van Charles Dickens en de Max Havelaar van Multatuli. Later zou hij daarover praten met Griet Zelle en zo haar nieuwsgierigheid wekken naar Nederlandsch-Indië. Op een boekenmarkt kwam hij ooit drie boeken van Friedrich Fröbel tegen. De uitspraken en theorieën van Fröbel, de grote Duitse pedagoog, stemden Haanstra tot nadenken en wezen hem de weg naar de belangrijkste principes van zijn latere loopbaan als directeur van de Leidse Kweekschool voor Bewaarschoolhouderessen.

Pas later begon Haanstra met het schrijven van ruim dertig jaargangen van Het Maandblad voor het Onderwijs, inzonderheid de Bewaarschool, een blad dat hij grotendeels eigenhandig vulde. Haanstra was getrouwd en had drie zoons en een dochtertje. Het meisje stierf op vijfjarige leeftijd aan difterie, een zware slag voor haar vader, die haar dood maar moeilijk kon verwerken. Hij was een echte Fries en toonde altijd een bijzondere belangstelling voor studentes uit die provincie die de lange reis naar Leiden hadden aanvaard. Zo ook voor Griet Zelle. Daar kwam bij dat Griet bekend was in Oosterwierum, Haanstra's geboortedorp, omdat een dienstmeisje van de Zelles daar een nicht had wonen en Griet wel eens een middag meenam, vooral in de zomer, als het prettig was om de stad te ontvluchten. Dat schiep een extra band tussen de studente en de directeur. Griet voelde zich gevleid door Haanstra's aandacht, die niets onbetamelijks inhield. Hij had ook geen 'reputatie' op dat gebied.

Wat heeft zich precies afgespeeld tussen directeur en leerlinge? De school zelf heeft hier geen gegevens over. Het gemeentearchief van Leiden bezit wel een uitvoerige documentatie over de school, maar helaas ontbreken net de jaren 1890-1900, toen Griet Zelle hier het onderwijs volgde. Er zijn enkele brieven van oud-leerlingen, die elkaar gedeeltelijk tegenspreken, maar wel een globaal beeld schetsen. Belangrijker is echter de correspondentie van enkele leraressen die lid waren van een leescirkel en bibliotheek, en elkaar op de hoogte hielden toen een van hen een halfjaar bij een gastgezin in Wenen verbleef om daar muzieklessen te volgen. In veel biografieën lezen we dat Griet Zelle door de directeur naar een andere slaapzaal werd verwezen omdat ze te veel met de Leidse studenten zou flirten van achter haar raam. Een bizar verhaal. Niets immers hield Griet tegen om vanuit haar kamer aan de achterkant naar een raam aan de voorkant te lopen om met de heren studenten te flirten, als dat de werkelijke reden zou zijn geweest.

Uit de correspondentie van de leraressen blijkt iets anders. Terloops wordt opgemerkt dat Gryt (zo geschreven) naar een andere kamer is overgeplaatst omdat de meisjes 'te zeer op elkaar betrokken raakten'. Het ging dus om de onderlinge verhoudingen. Die verwijdering leidde tot een verontwaardigde reactie van Griet, niet tegenover de directeur, maar tegenover de huishoudelijke leiding van het internaat, met als gevolg dat ze uiteindelijk zelf haar koffers pakte en vertrok. Natuurlijk werd Haanstra niet berispt of ontslagen, want hij had er niets mee te maken, behalve dat hij waarschijnlijk heeft geprobeerd te bemiddelen. Later is hij ten onrechte de geschiedenis ingegaan als een schuinsmarcheerder.