20-11-11

Een grote fantasie

Al vanaf haar vroegste jeugd was Margreet Zelle behept met een groot gevoel voor dramatiek en een levendige fantasie. Een van haar schoolvriendinnen herinnerde zich dat ze op de sterfdag van Griets moeder pianoklanken uit het huis had gehoord. Toen ze Griet daar later naar vroeg, antwoordde die dramatisch: 'Ja, dat was ik. Ik moest wel spelen. Vanwege de pijn. De pijn!' Wat later, toen Griet al op de kweekschool in Leiden zat, drongen er berichten tot Leeuwarden door dat Griet op school beweerde dat ze de dochter van een barones zou zijn. Nou ja, haar vader had in Leeuwarden altijd bekend gestaan als 'de Baron', hoe spottend dat ook was bedoeld.

Maar ook op de lagere en middelbare school was ze een opvallend meisje. Ze kleedde zich anders dan haar vriendinnen, met veel meer durf (zonder zich iets van de roddels aan te trekken), en ze hield allerlei verhalen, waar haar klasgenootjes weleens om moesten lachen, maar stiekem ook van onder de indruk waren. In Griets latere leven als Mata Hari ging ze daarmee door. Bekend zijn de wilde verhalen die ze aan journalisten en bewonderaars over haar 'Oosterse' achtergrond vertelde en die voortdurend wisselden met haar stemming en de omstandigheden. Waar kwamen die verhalen vandaan?

De suggestie wordt gewekt dat Mata Hari een fantaste was, met een dikke duim. Natuurlijk is dat zo. Maar zelfs een dikke duim moet worden gevoed, dus waar haalde ze haar inspiratie vandaan? Immers, we spreken over een tijd zonder radio, televisie, en feitelijk ook zonder film, hoewel dat nieuwe fenomeen steeds meer aandacht kreeg. De verhalen van Griet Zelle waren gebaseerd op boeken. Een aantal keren heeft ze daar iets over gezegd, niet alleen in het dubieuze interview met Priem, maar ook bij andere gelegenheden.


Mata Hari las veel. O, geen literatuur met een hoofdletter, maar romantische boeken die haar gevoel voor avontuur aanspraken. Een schrijfster die ze enkele malen noemde was Gyp (Sibylle Gabrielle de Mirabeau, gravin van Martel en Janville), auteur van enigszins gewaagde romans, die in Frankrijk een groot succes waren maar in Nederland te pikant werden bevonden. Gyp schreef niet alleen spannende boeken, maar had zelf ook een roerig leven, wat Mata Hari wel aansprak. Ook in haar jeugd had Griet altijd gelezen, vooral in haar periode in Den Haag, na haar mislukte opleiding in Leiden, toen ze weinig omhanden had en vage plannen voor een huwelijk begon te koesteren. Geld bezat ze nauwelijks, dus doodde ze de tijd vooral met wandelen en het lezen van ontspanningslectuur.

Ze leefde in de tijd van de 'dime novel' of 'stuiversroman', zoals het toen heette. We kunnen ons dat nauwelijks meer voorstellen, maar dit was een gigantische industrie, waarvan we tegenwoordig nog het restantje meemaken met de tijdschriftenromans in de rekken van de supermarkt. Zo omstreeks 1900 beleefden deze goedkoop ingebonden romans hun hoogtepunt. Bovendien waren ze een lang leven beschoren, omdat particuliere leesbibliotheken de losse nummers inbonden en voor een paar centen aan liefhebbers verhuurden. Alle genres waren vertegenwoordigd, van detectives tot griezelverhalen, van westerns tot keukenmeidenromans. Het waren de soaps van die tijd, die vaak ook allerlei achtergrondinformatie bevatten over verre landen en andere culturen. De auteurs opereerden onder tientallen schuilnamen en verdienden er een aardige boterham mee.

Uit de stuiverromans en haar eigen ervaringen in Indië haalde Mata Hari de inspiratie voor de verhalen over haar achtergrond, die nogal eens veranderden, afhankelijk van haar eigen ideeën en wat ze vermoedde dat journalisten en het publiek wilden horen: 'Ik ben een dochter van het Oosten. Ik ben geboren in het zuiden van Indië, aan de kust van Malawan, in de tempelstad Jasnapat, als dochter van een geslacht dat al eeuwen tot de heilige kaste van de Brahmanen behoorde. Mijn vader, een man met een vroom en zuiver hart, werd Assurvad genoemd, wat in de taal van het Oosten zoveel betekent als 'Gods genade'. Mijn moeder was een beroemde bajadère in de tempel van Shiva, maar ze stierf al jong, zestien jaren oud slechts, in het kraambed toen ze van mij beviel.

Nadat ze een passende crematie had gekregen van de priesters van de tempel, werd ik door hen geadopteerd als Mata Hari, 'Oog van de ochtendstond', zonnegloed van de dag. En zo, als onschuldig kind, groeide ik op in de beschutting van de pagodes, waar de priesters mij de rituelen leerden van de heilige dans, zoals ooit mijn moeder de goden had behaagd. Uit mijn vroegste jeugd herinner ik mij weinig anders dan de discipline van de dans, die mij deed dromen en verlangen. Toen ik de leeftijd bereikte waarop een meisje in Indië tot vrouw wordt verklaard, zagen de priesters in mij de incarnatie van een oude ziel en droegen mij op aan Shiva in een ritueel van liefde en geloof, dat zich uitstrekte tot diep in de nacht van de eerste lentedag.

En zo, op de bruinstenen treden van het heilig altaar, vond ik mijn bestemming en danste ik, zestien jaar oud, naakt voor de priesters en radjah's aan de oevers van de heilige rivier...' Enzovoort, met allerlei variaties, nieuwe namen en verzonnen adjectieven. In Parijs wist toch niemand het verschil tussen Nederlands en Brits Indië, tussen de cultuur van Java en die van India. Maar misschien nog interessanter is de herkomst van sommige brieven. Zo is er een vurige brief bekend van de jonge Griet Zelle, vlak voor haar huwelijk met Rudolf MacLeod, waarin ze hem dingen schrijft als: 'Je vraagt me of ik lust in dwaasheden heb? Nu, Johnnie, liever tien dan één. Ga je gang maar, over een paar weken ben ik toch je vrouwtje. Het is zo leuk dat wij beiden hetzelfde vurige temperament hebben.'

En zo gaat dat nog even door. In dezelfde stijl zijn er nog andere brieven overgeleverd. Alleen... Griet heeft die brieven nooit zelf bedacht. Ze zijn letterlijk gekopieerd uit een colportageroman van de Achterhoekse schrijfster Fien Waalkens, die net als veel auteurs in die tijd tientallen schuilnamen had, zoals 'Darius' en 'Marceline Malherbe'. Een van haar titels was 'Het huis Cayenne', een brievenroman, waaruit Griet Zelle dankbaar haar liefdesbrieven overschreef. Ook van een andere, Franse brief aan een 'geliefde' bleek recent dat hij letterlijk uit een andere bron afkomstig is.

De veronderstelling lijkt dan ook gewettigd dat zowel Griet Zelle als Mata Hari niet eens de tijd nam om haar vurige epistels zelf te schrijven (hoewel ze verbaal voldoende begaafd was). Dat werpt een nieuw licht op haar relaties en haar reputatie als 'courtisane'. Al haar citaten over liefdesaffaires hoorden slechts bij haar erotische imago, een vorm van publiciteit waar ze intuïtief bijzonder bedreven in was. Een van de vele rollen waarachter ze zich verschool. In de praktijk was de omgang met oudere heren een makkelijke manier om aan geld te komen. Maar of haar persoonlijke gevoelens erbij betrokken waren? Nee. Die lagen uitsluitend bij het toneel.