20-11-11

De scheiding

Daarna volgde een zware tijd. Sommige stellen die van elkaar zijn vervreemd worden weer bijeengebracht door een gezamenlijk verdriet. Bij MacLeod en Griet was dat niet het geval. Bij hen werd de kloof alleen maar groter. Griet trok zich in zichzelf terug. MacLeod werd weer overgeplaatst naar Java, waar hij meer ging drinken en zijn verdriet en agressie soms op Griet botvierde. Hij gaf haar de schuld van de dood van zijn zoon. Toen Griet de eerste klap had verwerkt, zocht ze troost in de heilige hindoe-geschriften van het gebied, die haar de kans boden om weg te dromen in een wereld die totaal verschilde van haar eigen zwarte werkelijkheid.


Maar haar weerstand verzwakte en ze kreeg tyfus. In haar koortsige dromen verbeeldde ze zich soms dat de goden en godinnen van het hindoeïsme aan haar verschenen. De schaarse momenten dat ze helder was hoorde ze MacLeod foeteren. 'Een dure zaak, die ziekte van jou: vijf flessen melk per dag, voor een gulden per fles.' Ten slotte kwam Griet er weer bovenop, maar haar huwelijk met MacLeod leek niet meer te redden. Ze kon zijn kilte tegenover haar niet langer verdragen. Overigens verdient hun verhouding een kanttekening. In veel biografieën wordt MacLeod afgeschilderd als een dronken bruut. Ongetwijfeld is hij soms zijn boekje te buiten gegaan. Aan de andere kant heeft Griet dat vermoedelijk ook uitgelokt. MacLeod was een bezorgde vader voor zijn kinderen en probeerde zijn financiën op orde te houden, terwijl Griet veel te gemakkelijk geld uitgaf. Ze had een grillig, koppig en behaagziek karakter.

De waarheid was dat het huwelijk vanaf het eerste begin weinig kans had, ondanks de geforceerd ‘hartstochtelijke’ brieven die ze elkaar in het begin nog stuurden. MacLeod zocht een vrouw om zijn eenzaamheid op te heffen en hem te verzorgen. Griet wilde ontsnappen aan een onzeker bestaan. Voor beiden was het een zakelijke oplossing die in praktijk, zoals zo vaak, niet werkte.

Inmiddels was de negentiende eeuw overgegaan in de twintigste. Het was een spannende tijd en Griet had het gevoel dat die nieuwe wereld aan haar voorbij ging zolang ze somber in haar huis op Java zat. Ze schreef brieven aan haar vader en haar schoonzus met het verzoek om haar geld te sturen voor de terugreis naar Europa. Maar haar familie reageerde afwijzend en vond dat ze zich moest schikken in haar lot als gehoorzame huisvrouw en moeder. De ruzies tussen MacLeod en Griet gingen door, totdat het ten slotte MacLeod zelf was die besloot dat hij terug wilde naar Europa. Hij werd al wat ouder en zag geen toekomst meer voor zichzelf in Indië. Griet kon haar geluk niet op. Hoeveel ze ook van Indië hield, ze was blij dat ze weer naar Nederland vertrokken. Maar kort na hun aankomst in Amsterdam ging het weer fout. Griet vluchtte met haar dochtertje. In die tijd was het een schandaal als een vrouw echtscheiding aanvroeg, maar toch diende Griet bij de rechtbank in Amsterdam een verzoek in om het huwelijk te ontbinden.

De rechter sprak een scheiding uit van tafel en bed. Griet kreeg de voogdij over Non en MacLeod moest haar honderd gulden per maand alimentatie betalen voor haar eigen onderhoud en dat van haar dochter. Maar toen het op betalen aankwam, bleef hij in gebreke, met het argument dat hij zelf aan de bedelstaf was geraakt en geen geld meer had. Tegelijkertijd plaatste hij een vernederende annonce in de krant waarin hij winkeliers verzocht geen goederen meer aan zijn ex-vrouw te leveren. Hij strooide het praatje rond dat Griet niet deugde en hem had verlaten. Zonder geld was Griet wel gedwongen naar werk om te zien. Maar dat viel niet mee. Toen haar pogingen strandden, wilde ze Non niet het slachtoffer laten worden en bracht ze haar met grote tegenzin weer bij MacLeod onder.

Een tijdlang leefde ze van de liefdadigheid van familieleden, een situatie waarin ze steeds opnieuw terecht leek te komen en die ze niet langer accepteerde. Ze moest iets bedenken om uit de negatieve spiraal te komen. Al een tijdje had ze gedroomd over het leven in Parijs, waarover ze spannende berichten had gehoord. Misschien zou ze daar meer kans hebben een eigen bestaan op te bouwen, ver van de benepen opvattingen en kritische commentaren van het kleinsteedse Holland. Ten slotte wist ze genoeg geld bijeen te schrapen voor de reis naar Frankrijk. Parijs was inderdaad zo levendig en schitterend als ze zich had voorgesteld, maar het lukte haar niet om werk te vinden in het theater of als model. Met een gebroken hart was ze ten slotte gedwongen naar Nederland terug te gaan. Griet dreigde de moed te verliezen. Ze kende geen vak, ze had geen man en geen kind meer, en niemand gaf haar werk.

Hoe moest ze in haar onderhoud voorzien? Ze kon toch niet de rest van haar leven op de liefdadigheid van familie en kennissen parasiteren? Nederland maakte haar somber en moedeloos. Lag haar toekomst dan toch in Parijs? In haar wanhoop klampte ze zich vast aan de enige droom die ze nog had.