Ontredderd na haar conflict op school zocht Griet haar toevlucht bij haar oom, meneer Taconis, in het naburige Den Haag. Hij gaf haar onderdak, in ruil voor huishoudelijk werk. Griet probeerde zich nuttig te maken voor de familie die zo vriendelijk was geweest haar op te nemen. Maar ze was inmiddels achttien en begon aan een huwelijk te denken, als mogelijkheid om enigszins op eigen benen te staan. Opnieuw kreeg ze te horen dat haar kansen op de huwelijksmarkt werden belemmerd door haar lengte. Daar stond tegenover dat haar exotische uitstraling en haar ontegenzeggelijke charme voldoende moesten zijn om een geschikte kandidaat aan de haak te slaan. En zo geschiedde.
Dit is een van de vele momenten in het leven van Griet Zelle waarop biografen in verwarring raken en elkaar beginnen na te praten. Waarom zou een aantrekkelijke en charmante jonge vrouw uiteindelijk zijn getrouwd via een huwelijksadvertentie? Waarom ontmoette ze geen jongeman die haar hart bekoorde? Auteurs over Mata Hari bedienen zich van de vreemdste excuses, waarvan er één regelmatig terugkeert. Griet Zelle was te lang van postuur en had te kleine borsten. Daarom had ze geen kans op de huwelijksmarkt. Mata Hari, die geen man kon vinden... De waarheid, zoals zo vaak, is veel eenvoudiger. Griet Zelle koesterde weinig romantische gevoelens voor mannen. In haar hele loopbaan is nooit gebleken dat ze affectief gebonden was aan haar 'minnaars'. Als jong meisje had ze genoten van de aandacht van haar vader, die garant stond voor materiële welvaart. Toen hij failliet ging, was Griet diep teleurgesteld en ging ze op zoek naar andere mannen, die in de leemte konden voorzien.
De genegenheid van Mata Hari voor de mannen in haar leven is altijd zakelijk van aard geweest, nooit romantisch (afgezien van haar verliefdheid, als middelbare dame, op de jonge Vadim, maar ook daarbij zijn kanttekeningen te plaatsen). Verliefd zou ze dus niet worden, maar in de specifieke omstandigheden van haar tijd had ze een man nodig om haar het leven te geven dat ze wenste. En dus reageerde ze op een huwelijksadvertentie. Een zakelijke benadering, die niets te maken had met haar 'kleine borsten'.
Zodra Griet had besloten dat een huwelijk de oplossing was voor haar problemen, schreef ze op een annonce in de krant. 'Officier met verlof uit Indië zoekt meisje van lief karakter, met als doel een huwelijk aan te gaan.' De advertentie, en nog een andere in die stijl, was geplaatst door een vriend van Rudolf MacLeod, de betreffende officier, zonder diens medeweten. MacLeod was op dat moment 38, beroepsmilitair in het Nederlands-Indisch leger, had dapper gevochten en daarvoor een onderscheiding gekregen. Hij was een gespierde, forsgebouwde man met een witte snor met punten en een grote neus, die gebroken leek. Hij dronk te veel en leed aan suikerziekte en reumatiek. Die gezondheidsproblemen waren de reden waarom hij naar Nederland was teruggegaan. Zijn voorouders waren afkomstig uit Schotland, vandaar zijn naam, maar hij was Nederlander.
Hoewel MacLeod de advertentie niet zelf had geplaatst of er zelfs maar toestemming voor had gegeven, was de verstokte vrijgezel toch bereid tot een ontmoeting met de jeugdige Margaretha Zelle, die op de annonce had gereageerd. Ondanks het aanzienlijke leeftijdsverschil voelden ze zich toch tot elkaar aangetrokken. Misschien had Griet werkelijk een voorliefde voor uniformen, zoals ze ooit beweerde, en was ze onder de indruk van MacLeods militaire houding en alle onderscheidingen die hij droeg. Ook was het niet uitgesloten dat ze, als vaderskindje, een voorkeur voor oudere mannen had ontwikkeld. In elk geval vroeg de officier haar ten huwelijk, en Griet aarzelde niet.
Toch was er een probleem. Volgens de wet mochten meisjes trouwen vanaf hun zestiende, maar hadden ze tot hun dertigste toestemming van hun ouders nodig. Griet had eerst tegen Rudolph gezegd dat haar vader en moeder waren overleden, omdat ze zich schaamde voor de verarmde en verloederde man die haar vader nu was. Aan de andere kant had ze geen zin om tot haar dertigste te wachten met trouwen. Dus biechtte ze MacLeod haar leugentje op. Adam Zelle gaf toestemming voor het huwelijk van het paar, dat al drie maanden na de verloving zou worden voltrokken. Die korte verlovingstijd maakte de tongen los, vanwege het vermoeden van een zwangerschap, maar dat waren slechts loze geruchten. De bruiloft vond plaats op 11 juli 1895 en pas ruim een jaar later, op 30 januari 1897, werd hun eerste kind geboren, een zoon die Norman John heette. De haast waarmee het huwelijk was gesloten had dus andere redenen.
Er wordt gesuggereerd dat er sprake was van oprechte verliefdheid (die snel bekoelde), of juist van het tegendeel, een praktische overeenkomst, waardoor de knoop snel werd doorgehakt. Het laatste lijkt achteraf de meest logische verklaring. Nog voordat de kleine Norman goed en wel was geconcipieerd, ontstonden er al problemen. Rudolf bleek niet van zins zijn levenswijze als vrijgezel te veranderen, was tot laat in de avond op stap met vrienden en beleefde zijn genoegen aan andere vrouwen. Griet probeerde zich om het huishouden te bekommeren en een houding te vinden tegenover het gedrag van haar echtgenoot. Ze was getrouwd om niet langer afhankelijk te zijn van verre familie, maar door haar overhaaste besluit was ze nu beland in een situatie die nauwelijks beter was.
Van een gelijkwaardige relatie was geen sprake. Hoewel MacLeod zijn eigen pleziertjes najaagde, was hij jaloers op iedere man die Griet enige aandacht schonk of een complimentje maakte. Dat leidde nogal eens tot scènes en soms zelfs tot geweld. Ook Griets zwangerschap bracht geen verbetering in hun relatie. Inmiddels naderde het einde van zijn verlof en kondigde hij aan dat ze naar Indië moesten vertrekken. Tot zijn verbazing reageerde Griet positief op dat bericht, blij met die verandering van omgeving. Het kon alleen maar een verbetering zijn. Ze vond het ook interessant om naar de kolonie af te reizen, omdat sommige mensen hadden gesuggereerd dat ze misschien Indisch bloed had. Zin voor avontuur was haar niet vreemd, en een nieuwe horizon lonkte.
